Christelijk Hindoestaanse radio

“Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden”

Posted by on 25 november 2014 in Reflectie | 0 comments

“Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden”

Wat doet Jezus in Mattheus 10 vers 28? Hij instrueert en zendt uit. En Jezus weet dat er veel op het spel staat. Het gaat om Israel en daarin om de ziel en zaligheid van de wereld. Daarom geeft hij zeven instructies en daarbij een zevenvoudige bemoediging.
Jezus bemoedigt. Wees niet bang voor mensen! Er kunnen momenten komen in het leven van de leerlingen waarop medemensen vervolgers blijken te zijn die zeggen: verander van overtuiging of ik maak je af! De ene mens kan zoveel kwade macht over de ander krijgen dat de dreiging levensgroot wordt: ik sleep je totaal naar de afgrond en ik laat niets van je heel. Jezus bemoedigt en zegt: dat komt geen mens toe. Ze kunnen iets doen met je lichaam, je leven hier en nu, maar er is meer en je bent meer, en dat ligt radicaal buiten hun macht. Jezus gebruikt daarvoor het woord ‘psuchè’, in onze taal weergegeven met ‘ziel’.
Dat griekse woord ‘psuchè’ correspondeert in de bijbel met het hebreeuwse woord ‘nefesh’ dat al in het begin van de bijbel, namelijk in Genesis 2, wordt gebruikt. Adam – de eerste mens- is door Gods levende presentie (ruach) aangeblazen tot een levende ziel. En die term ‘levende ziel’ loopt dan door heel de Bijbel. In het Oude Testament bijvoorbeeld in Psalm 103 en Psalm 63. “Zegen de Heer mijn ziel, prijs mijn hart zijn heilige naam”. En ook: “naar U smacht mijn ziel, naar U hunkert mijn lichaam in een dor land”.

Wat is het punt? Jezus zegt ons dat de mens zoals hij door Gods creatuurlijk handelijk op God is gericht met het sterven niet vernietigd is. Jezus geeft aan – in woorden van bemoediging – dat Gód dat uiteindelijk wel kan doen in ‘gehenna’, dwz in de eeuwige veroordeling. Ja, dat laatste oordeel als je geen band met Jezus Christus hebt, – dat is wel iets om vuurbang voor te zijn. Dat betekent ook dat aan ons, in de navolging van de Heer en betrokken op hem, geen enkele kwade macht ons definitief kan raken, omdat onze God daarover waakt. Dat kun je aanduiden met het woord ‘ziel’. Het is de ‘ziel’ die Hij overzet in de eeuwigheid en daarbij houdt Hij ook nog jouw leven in het aardse lichaam in gedachten.

In de christelijke kerk is er vanouds een uitspraak die het onderwijs van Jezus volgt. Het komt naar voren in een vraag over de ‘opstanding’ bij de wederkomst van Jezus Christus. “Welke bemoediging komt er naar u toe als het geloof spreekt over de ‘opstanding van het vlees’ (het aardse leven)? Dat niet alleen mijn ziel na dit leven direct tot Christus mijn Hoofd wordt opgenomen, maar ook dit mijn vlees door de kracht van Christus opgewekt, weer met mijn ziel verenigd en dan aan het verheerlijkt lichaam van Christus gelijkvormig zal zijn”.

Het is duidelijk dat de opvatting in het Hindoeïsme echt heel anders is. Gelukkig niet de materialistische westerse opvatting die suggereert dat met het sterven alles over en uit is. In het Hindoeïsme is, zoals u wel weet, het sterven een doorgang. Jazeker, maar dan van jou als ‘atman – het zelf als afgeleide van het kosmische Zelf’. Bij de dood valt het lichamelijke (‘sharira’) weg en ‘atman’ vervolgt zijn weg richting eenheid met ‘Paratman’ (Brahman). Die weg kan ontelbare hergeboortes betekenen, daar weet je niets van … Merkwaardig, volgens de Boeddhisten daarentegen bestaat er helemaal niet iets als een ‘ziel’, alles is ‘een voortdurende stroom van bewustzijn’.
De vraag blijft staan: Hoe bestaan we? En waar gaat het naar toe? Waar moet je wel en niet bang voor zijn? Ik denk dat Jezus in zijn onderwijs daar iets belangrijks over zegt. Een betrouwbaar woord, je kunt er iets mee. Hij appelleert en bemoedigt.

ds. Koos Simpelaar

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *