Christelijk Hindoestaanse radio

Psalm 122 in de Bijbel: een vreugdevolle aankomst in Jeruzalem

Posted by on 28 maart 2014 in Reflectie | 0 comments

Een pelgrimslied

Opvallend is de enorme vreugde van Psalm 122. “Laten wij gaan naar het huis van de HEER, zingend de zangen van opgang”. “Ik was verheugd toe ze zeiden tot mij: laten we gaan naar zijn tempel”. Het is een opgetogen lied, vol blijdschap.
Psalm 122 een pelgrimslied. Een pelgrim maakt een reis naar het heiligdom van zijn God, verblijft daar een tijd en gaat dan weer naar huis. We weten allen wel van de jaarlijkse moslimse pelgrimage naar Mekka. We weten ook wel iets van de intensieve praktijk van de pelgrimage in India – Haridwar, Benares, Alahabad, Nashik. Psalm 122 beschrijft de aankomst in Jeruzalem: “verheugd ben ik, nu onze voeten staan binnen je poorten, Jeruzalem”.

Geen tempel meer van steen

Wat heeft de Israëlitische dichter eigenlijk met die stad, Jeruzalem? Wel, de tempel van de Here stond er. En met de tempel als centrum werd Jeruzalem een plaats van ontmoeting. Daar kwamen de stammen van Israël samen. Daar vulden de straten zich met mensen die blij waren met het weerzien, met de ontmoeting. Daarover gaat Psalm 122. Als je de Psalm in drie stukken verdeelt dan gaat het in de verzen 1-4a over het gaan naar en aankomen in Jeruzalem. En in de verzen 6-9 klinkt de oproep te bidden om vrede voor de stad. En tussen deze verzen vinden we het midden van de Psalm, dus de verzen 4b-5. En daar klinkt de opdracht om te bidden om vrede voor de stad. Die vrede daar heeft als doel dat Gods naam geprezen wordt (vers 4b). En het is de koning die erop moet toezien dat de stammen die mooie plicht vervullen, de koning moet daarin voorgaan (vers 5).
Drie keer per jaar was er een oproep voor de Israëlieten om naar Jeruzalem te gaan. Als pelgrim kwam je naar Jeruzalem om de naam van de Here te prijzen. Om God groot te maken voor wie Hij is en wat Hij gedaan heeft.

Heeft Psalm 122 het over het zichtbare, bereisbare Jeruzalem van vandaag? Wat een gespannen toestand is het daar. Telkens weer oorlogsdreiging in de stad van vrede. Trouwens, die tempel van God staat er ook al bijna twintig eeuwen niet meer. Jezus had gezegd: ‘Breek deze tempel maar af, en ik zal hem in drie dagen weer opbouwen’ en hij sprak niet over een stenen gebouw maar over zijn eigen bestaan, zijn lichaam. En de stenen tempel in Jeruzalem is in 70 na Christus door de Romeinen verwoest. Daarom moeten we naar Jezus kijken.

Bidt voor vrede in je leven

Tot de Samaritaanse vrouw heeft Jezus gezegd: “Geloof me, er komt een tijd dat jullie noch op deze berg -de Gerizim- noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, Hem aanbidt in Geest en in waarheid” (Johannes 4:21,23). Díe tempeldienst is opgeheven, en die destijds door God bevolen pelgrimage naar díe plek is niet meer een ‘must’.
Maar wanneer we psalm 122 lezen en zingen dan gaat het nog steeds over dat vreugdevolle aankomen in Jeruzalem. “Ik was verheugd, toen zij tot mij zeiden: laten we naar het huis van de Eeuwige gaan!” Schuif dat niet van je af. Het heeft nog steeds een bepaalde betekenis. Het is niet meer als destijds, maar zeker ook niet alleen iets van vroeger. Want de vreugde om te gaan naar het huis van de Eeuwige mag vorm krijgen in iemands persoonlijk leven, in iemands leven hier en nu.

En dan vraag ik eenvoudigweg: waar is op dit moment de plaats waar je kunt samenkomen in de naam van Jezus en waar je de psalmen leest, samen bidt en zingt? Waar je met elkaar de woorden van Jezus overweegt en elkaar moed in spreekt?
“Jeruzalem, daar gaat het heen, daar komt het op aan”.
In ‘Jeruzalem’ staat de stoel van het recht, daar staat de tafel van de armen.
‘Jeruzalem met je huizen schouder aan schouder’.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *