Christelijk Hindoestaanse radio

Jezus en een buitenlandse vrouw. Een overdenking bij Marcus 7: 24-31

Posted by on 18 september 2013 in Reflectie | 0 comments

Jezus is op reis.

Stel je het adres van Jezus in Kapernaum  in Galilea voor. Iemand klopt op de deur want wil Jezus spreken. Geen gehoor. Navraag leert dat Jezus op reis is gegaan en al de twaalf zijn mee. “Is hij dan naar het zuiden naar Jeruzalem of zo gegaan?” “Neen, naar het noord-westen, ik weet niet goed waarheen, ver weg geloof ik..”  “Is het hem en de twaalf dan teveel geworden met al die discussies en de dreiging van arrestatie?”. “Nou dat hoop ik niet, maar als ik in zijn schoenen stond kwam ik nooit meer terug”.

De apostel Petrus die het zelf als discipel allemaal heeft meegemaakt, heeft aan Marcus vertelt waar Jezus is heengegaan. Naar het buitenlandse gebied bij Tyrus en Sidon. Laat de heenreis  een voettocht van zo’n 90 km zijn geweest.

Jezus krijgt buitenslands te maken met een niet joodse vrouw.

“In de omgeving van het heidense Tyrus nam Jezus zijn intrek in een huis, en hoewel hij niet wilde dat iemand dat te weten zou komen, lukte het hem niet onopgemerkt te blijven”.  Jezus trekt voor een tijd ergens in. Maar hij heeft niet de bedoeling een nieuw hoofdstuk van openbaar optreden te beginnen. Een mevrouw ziet hem of hoort van hem.

Mattheus vertelt het zo: “Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit de streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon’.

1. de vrouw hoorde eerder van hem en dat resoneert bij haar. Voor haar is Jezus iemand voor wie zij zich eerbiedig ter aarde werpt en zij kent een bijbelse profetische titel van hem: Zoon van David. Zij gebruikt die!

2. thuis heeft zij een dochtertje van zo rond de tien jaar. Het meisje is vaak zichzelf niet, gewone medische middelen helpen niet, het is ongewoon die uitputtende aanvallen van destructief gedrag, het moet wel bezetenheid zijn, een onreine geest, een demon.

 Jezus spreekt woorden die hard zijn voor de vrouw die nota bene als een moeder hulp zoekt.

We weten natuurlijk van de goede afloop, maar we moeten niet over het hoofd zien dat Jezus haar op een afstand zet.  Mattheus vertelt het ons zo: “Hij keurde haar geen woord waardig – alleen voor de verloren schapen van Israël- het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en aan de honden te voeren”.  Maar bij Marcus’weergave zitten twee ‘openingen’.  1. eerst moeten de kinderen verzadigd worden. Eerst hen…. dan ánderen…  2. hun brood moet ik niet aan de hondjes (huishonden) geven. De hondjes horen wel bij het huis ook al zijn ze niet aan de gezinstafel genodigd….

Waarom spreekt  Jezus deze woorden, waarom is hij zo afwijzend?  Het antwoord moet wel zijn dat Jezus in gedachten bij de verloren schapen van Israel is. Dat wil zeggen: hij is trouw aan de weg van de profetie, hij wijdt zich radicaal toe volgens een hem gegeven program. Daarin uit zich zijn liefde voor de Zender , voor Gods volk, voor Gods gang naar de wereld via de lijnen van Gods beloften. Wat hardheid lijkt is in wezen hoogste trouw.  Zo is onze Helper en Redder. Onze wensen en behoeften neemt hij op en plaatst het in het raam van Gods plan van Liefde en Wijsheid. Door geloof mag je leren zo met hem om te gaan en dat geeft rust en houvast in je leven!

Jezus reageert zegenend op de vasthoudendheid van het ontkiemend geloof.

De ‘openingen’ die Jezus’woord bevat , sporen de vrouw aan stappen te zetten in wat zij van Jezus verwacht. Ik een hondje, best, de kinderen thuis daar denkt u almaar aan, best. Maar hier ben ik onder Gods hemel en ik klop aan de deur van uw hart, Jezus. Heb medelijden Zoon van David.

En Jezus ziet dan zijn weg voor zich. Een wonder doet hij. Genezing, duivelbanning, nota bene op afstand. Mattheus  geeft de woorden van Jezus aldus weer: “vrouw groot is uw vertrouwen, moge het u vergaan zoals u wenst, en haar dochter was vanaf dat moment genezen”.

Wat doet Jezus met ons als wij met een sprankje geloof hem erbij roepen?  Hij neemt het aan als iets groots. Iets waar hij op reageert. Wat te doen als we  allerlei krachten van ontluistering in onszelf niet de baas kunnen?  Roep Hem er toch bij op de manier die de bijbel ons laat kennen…en let dan meer op dat uitreikende geloof  in Hem dat je ontvangt, dan op dat afbrekende, dat moeilijke bij jou.

Klop en jou zal worden opengedaan…

Marcus 7 : 24-31, zie ook Mattheus 15 : 21-31

 

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *